Rex Hofmans vriendin verdwijnt spoorloos bij een Frans TOTAL benzinestation, terwijl ze met Rex een benzinestop maakt. Ze ging even wat te drinken halen en kwam niet meer terug. Rex is hier kapot van en gaat zelf op onderzoek uit. Hij moet erg denken aan nachtmerries die ze vaak had. Ze droomde dat ze in een gouden ei door het heelal zweefde, en slechts daaruit kon ontsnappen indien haar ei een tweede gouden ei zou ontmoeten. Maar het heelal is zo groot.Op een dag neemt een Raymond Lemorne, een scheikundeleerkracht, contact met Rex op...
Brilliantly conceived and written at a breakneck pace, it is a loving, imaginative, and, above all, passionate tribute to the art of bicycle road racing. Not a dry history of the sport, The Rider is beloved as a bicycle odyssey, a literary masterpiece that describes in painstaking detail one 150-kilometer race in a mere 150 pages. We are, every inch of the way, inside amateur biker Tim Krabbé's head as his mind churns at top speed along with his furious peddling. Privy to his every thought-on the glory and vagaries of the sport itself, the weather, the characters and lineage of his rival cyclists, almost hallucinogenic anecdotes about great riders of the past-the book progresses kilometer by kilometer, thought by thought, and the reader is left breathless and exhilarated. A thrillingly realistic look at what it is like to compete in a road race, The Rider is the ultimate book for bike lovers as well as the arm-chair sports enthusiast. <
En Bram was zijn zoon. Juist omdat hij het niet was - van je eigen zoon zou je verplicht zijn te houden, waardoor je altijd moest twijfelen of je het wel echt deed; van Bram hield hij omdat het Bram was.
Geoloog Egon Wagter is als drugskoerier in Ratanak, een Cambodjaanse provincie waar een dictatorische generaal met harde hand regeert. Aan de hand van flashbacks komt de lezer er achter hoe dit zo ver heeft kunnen komen.
'Er was een moment waarop ze allebei alleen aan de kant zaten en elkaars blik opvingen. Ze knikten en lachten even. Maar Emile ging niet naar haar toe. Haar rol in het toneelstuk was te klein geweest om haar ermee te kunnen complimenteren, en hij kon ook niet met haar gaan dansen. Een zesdeklasser met een eersteklasser - zoiets bestond niet. De hele school zou gonzen van de vraag wat dat te betekenen had.''Met vaardig, onsentimenteel proza schrijft Krabbé een verhaal van ingehouden elegantie.' - The New York Times Book Review
Deze korte, roman van Krabbé verscheen eerder als feuilleton in 'De Volkskrant'. Het is het verhaal van de televisiepresentator (quizmaster) Jacques Bekker die bij een tussenlanding in Sydney vertraging oploopt bij de overstap. Hij besluit een jeugdliefde van dertig jaar daarvoor op te zoeken. Bij de ontmoeting raakt hij onmiddellijk betrokken in de vlucht van deze Moniek die wegens fraude gezocht wordt. Er volgt een spannende en dramatische tocht door Australië. Bekker ontdekt dat zijn geïdealiseerde jeugdliefde een illusie is, maar kan tegelijk zich niet onttrekken aan de spanning van de vlucht voor de autoriteiten. De roman heeft als onderliggend thema het noodlot en de verloren jeugd.
Op 20 april 1999 schoten twee jongens op Columbine High School in Littleton, Colorado, een leraar, twaalf leerlingen en zichzelf dood. Het wordt in Amerika nog steeds gevoeld als een nationale schoffering in de orde van Pearl Harbor en 9/11, en het leeft wereldwijd voort in fictie en non-fictie, en in nieuwe schietpartijen.Toen Tim Krabbé zich in 2007 voor 'Columbine' ging interesseren ontdekte hij dat wat hij dacht te weten (twee gepeste jongens namen wraak; ze schoten kinderen dood die Ja hadden gezegd op de vraag of ze in God geloofden; ze waren die ochtend eerst gaan bowlen) niet klopte - en dat de werkelijkheid veel vreemder en griezeliger was.Krabbé las tienduizenden bladzijden getuigenverklaringen, rapporten, dossiers, krantenstukken, en de schoolopstellen, websites en dagboeken van de daders, Eric Harris en Dylan Klebold; intelligente jongens uit liefdevolle, hoogopgeleide gezinnen. Hij vond details die nog door niemand waren gezien, en ontdekte dat er geen enkel boek was waarin de hele zaak gedetailleerd, nauwkeurig en open wordt geanalyseerd en verteld.Dat boek schreef hij. Wij zijn maar wij zijn niet geschift heeft terecht de pretentie het definitieve boek over Columbine te zijn. Krabbé weerlegt de gangbare opvatting dat Eric een psychopathisch meesterbrein was en Dylan zijn depressieve, willoze volgeling. Hij laat zien dat het een filosofische misdaad was waarbij de verhouding tussen de twee heel anders lag en veel interessanter was dan altijd wordt aangenomen.
'Toen hij weer buiten kwam, was de herfstscherming al over de winkelstraat gedaald. Er viel nog steeds een fijne regen. Hij had zich laten uitleggen waar de halte van de bus naar IJperloo was en lopend daarheen voelde hij het welbehagen vanuit zijn stralend warme voeten omhoog kruipen, als een eerste teken dat hij weer de oude Mischa kon worden, wiens leven klopte, die een toekomst had. Klawahoekie! had hij willen riepen, een sprong willen maken om te voelen hoe die zolen veerden, haasje-over met de lantarenpalen willen doen, met de kerktoren - maar hij hield zich in. Het was nog steeds beter om niet op te vallen.'
'Als je dat echt wilt, dan kun je eeuwig met je lief in een duinpan liggen. Alles wat je hoeft te doen is aan niets anders denken dan aan wat er is. Dan staat de tijd machteloos, die kan niet meer verder. Voel haar tegen je aan, druk haar tegen je aan, voel haar wang, haar lippen op jouw wang, denk aan haar, voel haar haren die in je neus waaien, de wind die dat doet, voel niets anders, en het zal nooit ophouden. Maar vergeet ook maar een moment dat je daar samen ligt met haar, en je bent uit je...
Ze was teruggekomen! Daar stond ze. Haar bovenlichaam was onzichtbaar achter het houten bovendeel van de vestibuledeur, haar voeten waren zichtbaar door het glas van het benedendeel. Hij hoefde maar naar die deur te gaan om haar te hebben. Maar de bel ging niet.
Enkele jaren lang schreef Krabbé wielercolumns in de geest van De Renner. De beste daarvan bundelde hij in 43 wielerverhalen.
Über das Glück, als Familie für immer untrennbar verbunden zu sein - ganz gleich, was geschieht.Winter in Holland, endlich frieren die Kanäle zu, die berühmte Elfstädtetour der Eisläufer kann nach Jahren endlich wieder stattfinden. Ausgerechnet diese besonderen Tage muss der leidenschaftliche Eisläufer Pieter mit seinem zehnjährigen Sohn im sonnigen Süden verbringen. Weil die Familie getrennt lebt, ist es für Pieter gar nicht so einfach, sich den Traum vom Eislaufen zu erfüllen. Und ü War die Trennung die richtige Entscheidung? Eines Abends stehen Pieters Sohn und dessen Mutter vor Pieters Tür und bitten ihn, noch einmal gemeinsam aufs Eis zu gehen...Tim Krabbé (geboren 1943 in Amsterdam) ist ein niederländischer Schriftsteller, Schachmeister und Amateur-Radrennsportler. Nach dem Abitur studierte er zunächst Psychologie und arbeitete als Schauspieler und Journalist, bevor er sich vollständig der Schriftstellerei widmete. Seit 1967 schreibt er thematisch vielseitige Romane, Kurzgeschichten und journalistische Arbeiten; seine Werke wurden in 18 Sprachen übersetzt. Zwischen 1967 und 1972 gehörte Krabbé zur erweiterten Spitze des niederländischen Schachs und nahm an Landesmeisterschaften teil.Er veröffentlichte drei Schachbücher und ist Co-Namensgeber der Pam-Krabbé-Rochade. Mit fast 30 Jahren entdeckte Krabbé eine zweite den Radsport. In den folgenden acht Jahren bestritt er rund 600 Amateurrennen. 1977 nahm er an einer Rundfahrt um den Mont Aigoual teil, die er im Folgejahr im autobiografischen Roman "De Renner" beschrieb. Das Buch wurde in den Niederlanden zu einem Klassiker des Sportromans. Krabbé war verheiratet und hat einen Sohn. Er lebt in Amsterdam.
Op 6 april 1988 werd Nederland overvallen door het nieuws dat de zaak-Heijn, een ontvoering die het land zeven maanden in de ban had gehouden, was opgelost. Gerrit Jan Heijn was dood; in Landsmeer was een werkloze ingenieur gearresteerd.Tim Krabbé was meteen gefascineerd. Hij zocht en kreeg contact, en noteerde 28 jaar lang alles wat hij met en rondom de dader meemaakte. Het resulteerde in een monumentale kroniek van een gezin in ongewone omstandigheden, een verslag van ongewone vriendschappen.
Gedreven door persoonlijke obsessies komen de mensen in zijn verhalen terecht in situaties die even onverwacht als onontkoombaar zijn. Voor deze speciale editie selecteerde Tim Krabbé vijf van zijn beste verhalen: De Muur, De Matador, De Rots, De Voetbaldroom en De Verdwenen Verdwijning. De laatste twee werden nog niet eerder in boekvorm gepubliceerd.
Deze bundel bevat de volgende vijf verhalen: De Paardentekenaar, De Stad in het Midden, De Echte Harley-rijder Huilt Wel Eens, En de Lucht Is Blauw en De Postzegelmoordenaar. In chronologische volgorde worden er verhalen vertelt over en uit het leven van Louis Hanraads, de hoofdpersoon in alle vijf verhalen. Hoofthema is gevangenschap, het gevoel in een keurslijf te zitten. In meerder verhalen komen ook atheisme, mislukte relaties en vriendschap aan bod.
Opstel over het zoeken naar de oplossing van een lang als onoplosbaar beschouwd schaakprobleem, de Babson-task.
Een uitgebreide beschrijving van zijn carrière, een overzicht van zijn technische betekenis voor het schaakspel en een aantal diepgaand geanalyseerde Fischer-partijen.
Ter gelegenheid van de Boekenweek verschijnt begin maart de speciale editie van de Scherprechter van Korfoe, een spannend fietsverhaal dat zich afspeelt op het zonnige eiland Korfoe.De Scherprechter van Korfoe behoort zondermeer in dezelfde klasse als Tim Krabbé's klassiekers De Renner en 43 Wielerverhalen.Tim Krabbé, auteur van het Boekenweekgeschenk 2009, was zeer gecharmeerd van de de illustraties en vormgeving van Joost Swarte en schreef op zijn website: "Dit is een van de fraaist vormgegeven kleine boekjes die ik ooit heb gezien."
Weinig mensen hebben ooit zo volledig voor de wraak geleefd als Howard Reginald Flanagan, geboren in 1929 in Engeland. Gedurende de eerste dagen van 1965 bevond Flanagan zich in Amsterdam. Tijdens zijn verblijf gaven sommige van zijn daden de kranten aanleiding over hem te schrijven. Wie zich dat niet meer, of niet meer exact herinnert kan in deze roman een verslag lezen van de vijf dagen die Flanagan in en in de buurt van Amsterdam doorbracht. Flanagan was 35 jaar. Hij had een reden om naar Amsterdam te komen: zijn halfbroer woonde er. Met die halfbroer had hij nog het een en ander te regelen. De zaken waren inderdaad van dien aard dat men met recht zou kunnen zeggen: slechts weinigen hebben ooit zo volledig voor de wraak geleefd als Howard Flanagan.
by Tim Krabbé
Drie broers Pafort zijn verliefd op Kitty. Anton ontmaagt haar op haar veertiende, waarna hij de vader vermoordt. Tijdens zijn vier jaren gevangenschap heeft broer Paul een verhouding met Kitty, terwijl Wilbert constant verliefd is, maar dit niet durft te uiten.
by Tim Krabbé